Evenbeelden (2) Kafka en Masereel (en mijn ex-uitgever)

frans-masereel-1889-1972-die-sonne kafka1916

Links: houtsnede van Frans Masereel (uit de serie ‘De zon’). Rechts: schets van Franz Kafka (bij ‘Het proces’)

Wanneer ik de houtsnede van Frans Masereel hierboven naast de pentekening van Franz Kafka zet, valt de gelijkenis onmiddellijk op: een man zit met zijn hoofd op zijn handen aan zijn bureau. Zijn werk wil kennelijk niet vlotten. De man zal zorgen hebben. En hij is moe. Doodmoe. 

Het is vrij waarschijnlijk dat Masereel (1889-1972) de pentekening van Kafka (1883-1924) onder ogen heeft gehad. Toch hoeft dat nog niet te betekenen dat hij de tekening ook als vóórbeeld heeft genomen. De voorstelling heeft namelijk iets gangbaars. Zoals er wel meer gangbare voorstellingen bestaan. Denk aan twee personen die elkaar omhelzen. Of iemand die een brief leest. De verwantschap tussen de beelden zit hem dan ook niet alleen in de letterlijke weergave, zij zit tevens in de aanpak. In het sobere, het strenge, het zwart- witte. Het schijnbaar onontkoombare.

Frans Masereel was mijn eerste grote grafische kunstenaarsliefde. Hij stelde existentiële vragen, precies het soort vragen dat je je als twintiger stelt, en dan net iets intensiever dan op welke andere leeftijd ook.

Franz Kafka stelt eveneens existentiële vragen. Over onrechtvaardigheid en schuld. Over de onverbiddelijkheid van het bestaan. Over een berechting zonder oorzaak, zonder wederhoor, ja zonder enig ander proces dan een schijnproces. En een proces zonder wederhoor, dat is bizar. Iemand doet je iets aan en je mag of kunt daar niet op reageren. Omdat je in een dictatuur leeft. Omdat je onder censuur staat. Omdat je andere mensen wilt beschermen. Omdat je de strekking niet begrijpt. Of omdat jarenlang niet doorhebt dat je gevonnist wordt. Ik schreef in mijn blog van 10 mei over iets soortgelijks: over het schaduwleven van mijn ex-partner en het congé dat ik zonder enige toelichting van zijn neef, mijn toenmalige uitgever kreeg. Ik noemde dit kafkaësk. Dat is de uitgever in het verkeerde keelgat geschoten. Twee weken geleden heeft hij –alweer zonder commentaar- mijn laatste bij hem verschenen bundel, Een makelaar in Pruisen, uit het Centraal Boekhuis verwijderd. De makelaar is bij geen enkele online boekwinkel meer te koop. Het is alleen bij de uitgever zelf nog te verkrijgen. Kan dat zomaar?, denk je dan. Wat zegt het contract? Niets. Vantilt werkt niet met contracten. Ik heb er destijds ook niet om gevraagd. Als debutant was ik blij met een uitgever. En daarna dacht ik, ach, het is familie. Nu, dat laatste hebben we geweten. Toch is het verwijderen van boeken zonder eerst de auteur in te lichten (!) ook zonder geschreven overeenkomst allesbehalve waardig of chique. En al helemaal wanneer het een onterechte revanche betreft. Daarnaast zou een uitgever niet manipuleerbaar mogen zijn. Mijn uitgever heeft zich echter domweg laten dirigeren en staat nu precies op de plek waar zijn neef ons wilt hebben: op de heibelplek; het troebele veld van ruzie en reuring.

Terug naar Kafka en Masereel. Als je wat beter kijkt, zie je namelijk ook een cruciaal verschil tussen de afbeeldingen. Bij Kafka is er geen ontsnappen meer aan. De ruimte rondom het bureau en de zorgelijke man is leeg. Geen deur, geen raam, nog niet eens de suggestie van een kamer. Er is niks. Niks dan de gedachten van de hoofdpersoon, gedachten die we niet kunnen zien maar waarvan we de strekking kunnen raden. De man, de tafel en de stoel bevinden zich in een peilloos lege ruimte. De tekening van Kafka is in wezen omgekeerd claustrofobisch te noemen, want een claustrofobisch beperkte ruimte is even benauwd als een eindeloos uitgestrekt universum. Dit vind je niet terug op de prent van Masereel. Daar is de kamer gedetailleerd weergegeven: boeken, vloer, inktpot, bril. Een blad papier op de grond. Een pijp, een raam, enkele huizen aan de overkant. In deze kamer hebben we tenminste houvast. En zonder dat de man van Masereel het zelf kan zien, ontsnapt hij aan zijn gedachten. Wij kijkers zien dat wél. De kleine man op het bureau ontsnapt aan het hoofd van de grote en strekt zijn handen naar de zon. Hij staat op één been, het andere been is opgericht, klaar om te vertrekken, klaar om het raam uit te stappen, de kamer te verlaten. Weg van dat bureau. Opnieuw het leven in. Deze man, denk je als toeschouwer, gaat er wel uitkomen. Letterlijk en figuurlijk. Dat denk je bij Kafka niet.

Het is een opmerkelijk fenomeen en in De verzuimcoördinator schreef ik er een essay over: we gaan soms iets begrijpen, wanneer we tussen twee ogenschijnlijke gelijkenissen plots een verschil waarnemen. Wanneer we leren discrimineren. Op dit moment –het kan even niet anders- vergelijk ik mijn uitgever zoals ik hem kende met de uitgever zoals hij zich later betoonde. Ze lijken op elkaar, maar ik ontwaar een beslissende differentie. De een is, en je moet goed kijken om het te zien want de voorstelling wil zich wederom verbergen, de een is nét iets minder correct dan de ander.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s