Grensgevallen

A018_L

 Beeld: Jiři Bouda

Verschillende keren ben ik mijn paspoort verloren. Voor het eerst in 1984. Ik wisselde bij de staatsbank harde westerse valuta tegen Tsjecho-Slowaakse kronen. Daarna was mijn pas weg. Een enorm gedoe omdat de vreemdelingenpolitie mij sommeerde binnen vierentwintig uur het land te verlaten. Een bankmedewerker vertelde me dat hij mijn pas had gevonden en per koerier naar de vreemdelingenpolitie had laten brengen. De politie, in de vorm van een Tsjecho-Slowaakse Margareth Thatcher, ontkende dit ten stelligste. Terug naar de bank. De bediende sloeg een cahier open, schoof met zijn wijsvinger langs een rij deftige regels en tikte driftig op de aantekening ‘verzonden’. Hollend terug naar de ijzeren agente die me een uur lang in de wachtkamer liet zitten en me daarna met onverholen woede mijn pas toesmeet.

Tijdens een van mijn volgende en kortere bezoeken aan Praag raakte ik het document werkelijk kwijt. Ik meldde me bij de Nederlandse ambassade en kreeg een eenmalig uitreisvisum, een zogenaamd laissez-passer. Anderhalf jaar later vond ik mijn pas in een verborgen vak van mijn reistas, en wel zo verborgen dat het betreffende vak me nooit was opgevallen. Er zat nog een briefje van honderd dollar in. Snoeiharde valuta. In dat jaar tijd was de dollar fiks gestegen. Ik ging naar het grenswisselkantoor en kreeg er drie keer zoveel voor terug.

De volgende keer dat mijn paspoort verdween, was in Italië. Het werd gestolen in een plaatselijk bank. Ik meldde me wederom bij de Nederlandse ambassade en kreeg wederom een laissez-passer. De gemeenteambtenaar in Utrecht gaf me danig op mijn donder toen ik voor de tweede maal in korte tijd een pas aanvroeg. ‘Nog één keer, ‘zei hij ‘en je krijgt een tijdje helemaal niks meer. Een paspoort jongedame, is een staatsdocument.’ Nou nou, dacht ik. In mijn nieuwe paspoort zat een zegel, zo een die je krijgt wanneer je het bent kwijtgeraakt. Licht ontstemd verliet ik de burelen.

De zomer daarna bezorgde de postbode mij een pakketje uit Rome. Nieuwsgierig maakte ik het open. Ik kende niemand in Rome. Er viel een beduimeld paspoort uit. En een brief. Mijn pas was uit een Romeinse gracht gedregd. De Italianen droegen het reisdocument via deze weg aan mij over.

En nu maak ik een sprong in de tijd want in de tussenliggende jaren raakte ik geen staatseigendommen meer kwijt. In 2014 wilde ik voor mijn dochters een paspoort aanvragen en dat van mijzelf verlengen. In een busje voor het gemeentehuis lieten we foto’s maken waar we alle drie op ons onvoordeligst op stonden. Maar dat was niet de reden dat ik geen paspoort voor mijn kinderen aan kon vragen. Daarvoor had ik een handtekening van de vader nodig. En die was weggelopen. Bovendien was hij iemand die niet snel een handtekening onder een formulier zou zetten. Om de zaak niet nodeloos ingewikkeld te maken, vroeg ik identiteitskaarten voor mijn dochters aan. Daarmee mochten ze door heel Europa reizen. Negatief geformuleerd: daarmee mochten ze Europa niet uit.

Jaren eerder had ik met deze man voor een soortgelijk Utrechts gemeenteloket gestaan. Na de dood van mijn vader eiste ik dat hij zijn kinderen erkende. Mijn eindeloos herhaalde vraag was een vordering geworden: zonder erkenning geen toekomst meer voor ons. Maar om te erkennen, had hij een paspoort nodig. En dat had hij niet. ‘Dan kunt u ook niet erkennen’, zei de vrouw achter de balie. ‘Wij moeten uw burgerlijke staat weten. U kunt in Los Angeles wel getrouwd zijn met een ander.’ Ik weet nog dat ik daar verschrikkelijk om moest lachen. Dat leek mij uitgesloten. Achteraf vind ik het niet zo grappig meer. Dat komt omdat ik nu weet dat een dergelijk huwelijk best een optie was geweest. Hoe dan ook: er zat een gat in het leven van de man. Zijn adressen waren niet traceerbaar. Uiteindelijk moest een ex-werkgever schriftelijk bevestigen dat de man jaren bij Libertel had gewerkt. De pas kon worden aangevraagd. De kinderen erkend. Het was april 2010. De oudste dochter negenenhalf.

In 2017 vluchtte de man voor advocaat en rechter naar het voor hem nog vrij onbekende Tsjechië. Inmiddels weigert hij al vier jaar kinderalimentatie te betalen en saboteert hij het juridisch proces. Op 27 juni jongstleden is de zaak officieel overgedragen aan de Tsjechische justitie. Blijft de man weigeren, dan zal hij daar worden berecht. Tegelijkertijd is er een paspoortsignalering afgegeven. Een paspoortsignalering is een uiterste maatregel en wordt slechts dan opgelegd wanneer iemand niet onmachtig is om te betalen, maar onwillig. En de man is niet onmachtig. We weten vrij veel over hem. Hij kan zijn paspoort nu niet meer verlengen. Laat hij zijn schuld verder oplopen, dan zal hij op een dag bij de grens worden aangehouden en mag hij zijn staatsdocument ter plekke inleveren. Want! Een burger moet belasting betalen. Een student moet zijn studieschuld inlossen. Een werkeloze mag niet frauderen. En een vader dient voor zijn kinderen te zorgen. Komt hier ergens een kink in de kabel, dan grijpt de overheid in. Als het moet, aan de grens. Ik ontwaar hierbij echter een pijnlijk verschil. De belasting, het UWV en DUO zijn abstracte instanties (wat geenszins betekent dat je ermee mag sjoemelen). Je kinderen zijn dat niet.

Versie 2

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties